In De Standaard van vandaag verscheen een artikel over de belastingcontroleur, uw Facebook-vriend. Toen ik het las, werd ik nogal onrustig. Het is al geen sinecure om te moeten zeggen dat je belastingcontroleur bent en als die gefrustreerde ambtenaren er allicht niet mee ophouden, dan is ongetwijfeld de schaamte over mijn job bereikt. Er zijn inderdaad belastingcontroleurs die vermoedelijk naast hun job niet aan hun trekken komen en het dienen waar te maken op de werkvloer, dat denken ze dan toch. Want wat drijft hen tot gegevens opzoeken op een sociaal netwerk? Een gebrek aan inspiratie om zich te beperken tot de ontelbare middelen die ons ter beschikking worden gesteld? Of hebben ze dan echt niets anders te doen? Bovendien stel ik mij de vraag bij de manier hoe betrokkene de toegang tot het internet bekomt op de werkvloer van Financiën. Een belastingcontroleur, behalve de dienstleider en het personeel op een directie (die normaliter geen controles uitvoeren), heeft GEEN toegang tot het internet! Staat betrokkene dan zelf wel recht in zijn schoentjes? Het zou de eerste keer niet zijn dat er zich vragen dienen gesteld te worden bij de meest voorbeeldige en ‘à la victoriaanse’ controleurs…